foto’s

De foto’s komen en staan hier:

NZ: https://plus.google.com/photos/104100368463796658612/albums/5848962819372263281?authkey=CK30wM6aqqnUIg

AUS:https://plus.google.com/photos/104100368463796658612/albums/5849344649205024753?authkey=CMPIis2yncCScQ

MAL: https://plus.google.com/photos/104100368463796658612/albums/5849730008586091665?authkey=CPeEoaCS0_CY-QE

SIN:https://plus.google.com/photos/104100368463796658612/albums/5849727171601090561?authkey=CIP8rrbOsOu5BA

IND: https://plus.google.com/photos/104100368463796658612/albums/5851565270359571777?authkey=CKyehIrcg7iAAg

Thuis

Na een kleine 12 uur vliegen zijn we dan uiteindelijk terug in het extreem koude België. De thuiskomst verliep wat in mineur, een lege plaats waar ons Billyke moest zijn :-(

Maar de reis was fantastisch, zoveel landen in zo weinig tijd, het was als een buffet waar we konden proeven van de beste hapjes en de lekkerste drankjes. Zelfs Indië, waar we zo’n negatieve verhalen van hadden gehoor (en gelezen) viel fantastisch goed mee, zolang je geen smetvrees hebt natuurlijk, en zeker geen murophobia hebt.

Foto’s verschijnen later op photobucket.

We geven grif toe dat we ietwat bevoordeeld aan Indië begonnen zijn. De recente opstootjes, de verhalen die we nog gehoord hebben van de juwelenmaakster over Mumbai, het internet, … Onze visie werd er niet rooskleuriger op. Op de eerste nacht werden we ook temidden de mensenmassa en het verkeer gesmeten, zaten we in een buurt omringd met door afval samengehouden hutjes en kraampjes en zagen we overal beestjes kruipen in de kamer, dat we moe waren hielp ook niet echt. Maar toen we de ochtend erna onze eerste stappen waagden op de stoffige straten werden we niet ontvoerd, niet bestolen, niet lastig gevallen, niet omver gelopen of gereden en niet binnengesleurd in winkeltjes. We waren eerlijk gezegd wat verbaasd, zeker toen een dame voor ons met haar bankkaart de deur van de ATM opende, angstvallig hielden we ons geld en onze passen vast, maar de dame ging gewoon weer weg. Het stof op straten, huizen, auto’s, bomen, muren en dergelijke komt omdat we aan het einde zijn van het droog seizoen en het droge stof massaal opwaait onder het aanstormende verkeer. We hebben wat rustig kunnen wennen aan de hoeveelheid mensen en de drukte en lawaai van het verkeer door de eerste dagen in het vakantieoord Matheran door te brengen. Het bracht de broodnodige rust na de hectische voorbije dagen.

De eerste keer naar Mumbai city was ons plan om met de trein te pendelen. Iedereen raadde ons aan om eersteklas te kopen om toch rustiger te zitten. We huurden een tuktuk tot het station waar massa’s volk zich een weg baande naar de sporen, een beetje zoals brussel centraal om 16u. We kochten twee tickets aan 90 roepi/stuk en togen geheel illegaal tussen de permanent gesloten slagbomen naar de overkant alwaar we de trein zagen vertrekken waaruit uit elke deuropening wel zeker tien mensen hingen. We begonnen terstonds nog meer te zweten en pakten onmiddellijk een tuktuk terug naar het hotel. Na een beetje acclimatiseren huurden we een dure taxi naar het centrum. 550 roepi en een uur Stapvoets rijden kwamen we oververhit aan in het centrum. We deden heel toeristische dingen zoals het victoriastation, de gateway of India, The taj mahal hotel en de toeristische dienst. Die laatste raadde ons aan om toch de trein te nemen, veel goedkoper en buiten de spits best te doen. Een beetje argwanend kochten we twee tweedeklas tickets, 10 roepi/stuk, en zetten ons in een kalme trein waar we zien dat de meeste mensen vrijwillig uit de deuropening gaan hangen op zoek naar de wind in de haren. Naar mate we het eindstation naderen wordt het wel drukker en op het laatst moeten we zelfs uit de rijdende trein springen om voor het aanstormende volk buiten te zijn. Al bij al viel alles goed mee. De komende dagen hebben we altijd de trein genomen, maar als het te druk was zette ik mij wel in de vrouwenwagon.

Het is hier echt wel nodig om een vrouwenwagon te hebben. Sommige mannen kennen echt geen schaamte en respect en maken van de drukte gebruik om vrouwen te betasten. Ik heb het gelukkig niet meegemaakt. Deze wagon is in feite telkens een heel leuke ervaring gebleken, de keurrijke klederdracht van de vrouwen, de prachtigste sari’s, de sfeer en het begrijpend glimlachen naar elkaar. Het doorschuiven op de bank telkens er een plaats vrijkomt om zo weer plaats te maken voor een volgende, de verkopers die binnenspringen en waar je rustig de waren kunt bekijken en waarvan de prijzen reuze meevallen, het elkaar bevragen over de gekochte waren, het zorgt voor een stukje verbondenheid over de taalgrenzen heen. De tijd vliegt voorbij.

De meeste Indiërs blijken super vriendelijk en behulpzaam te zijn. Ze sturen ons of onze tuktuk in de juiste richting, geven ons advies welke trein te nemen, vertalen Engels in Hindi als we problemen hebben bij een handelaar, sturen ons naar elkaar toe als op de laatste dag blijkt dat we elk op een ander perron zijn uitgestapt en we allebei na 20 minuten wachten paniekerig worden. Het ganse station kijkt tevreden toe hoe we elkaar opgelucht terug vinden, ze breken nog net niet in Bollywoodachtige dansen uit.

Het eten ruikt tegen de avond zalig in de lucht en her en daar staan mensen langs de kant van de weg voor een paar roepi’s de heerlijkste maaltijden te bereiden. Dat is het enigste nadeel voor ons dat we dit echt niet kunnen proeven, met dit vuil verkeer, vuil water, algemeen gebrek aan hygiëne willen we dit echt niet riskeren. We hebben verse groenten en kruiden gekocht, het internet geraadpleegd en zelf lekker Indisch gegeten op ons appartement. Dat de afwas telkens gedaan werd tijdens ons afwezigheid zorgde voor een welkome extra. De laatste dagen hebben we ons ‘s middags toch gewaagd aan de mac paneer van mac donalds. Gefrituurd eten lukt nog wel. Spicy, krokant en lekker.

In mumbai heerst er ook een schoolplicht waardoor je overdag geen kindjes hebt die je continu aanraken en bedelen, in het weekend is dat wel even lastig, wij als blanken blijken ook heel gegeerd om te blijven achtervolgen. Het continu aanraken, je hand proberen te pakken vormt een minder aangename ervaring van Indië. We hebben niets gegeven om ze niet aan te moedigen, maar hebben de rest van ons kleren, medicijnen en zeepjes aan een plaatselijke tempel gegeven die het dan hopelijk in de juiste handen brengt.

Het vuil op straat, buiten het toeristische centrum, de kapotte wegen, huizen en voetpaden, de gebouwen die er zwaar toegetakeld uit zien, en alles die onder het stof ligt zorgt voor een rare gewaarwording. De rivieren zien zwart en worden gebruikt als open riolering, de massaal verwilderde honden doen hun gevoeg op straat. Het moet wel gezegd: geen een mens hebben we gezien die honden, katten, geiten of koeien mishandelde, de meeste kregen zels restjes eten en zagen er al bij al redelijk goed uit. De koeien lopen hier niet los op straat, maar worden nu wel vast gebonden langs de kant van de weg of op weilandjes. Als je echter door de straatjes wandelt lachen de meeste mensen je tegemoet, zie je alle mogelijke ambachten, eten in de meest kleurrijke bereidingen, schoolkinderen in hun uniformpjes,tuktukkers werken aan hun vervoer, trucks versierd als tempeltjes op wielen, … Het is mooi om dit te zien.

Homeward bound

De laatste dag in indië, vannacht vertrekken we en, hoewel de vlucht 12h duurt komen we aan ‘s ochtends in Zaventem. De eigenaardigheden van tijdsverscillen. Haast ongelofelijk dat onze reis nu al voorbij is. We hebben vandaag geshopt till we dropped, de roepies vliegen erdoor als waten we miljonairs, wat we in indië ook zijn natuurlijk. Iedere vlaming is ongelofelijk rijk in indië, we kunnen nauwelijks bevaten hoe goed wij het hebben in het koude Vlaanderen en hoe precair onze rijkdom is…

Tuk tuk

De tuk tuk is een typisch Indiaas vervoermiddel. Het bestaat uit een bromfietsje met achteraan een bakje waarin twee mensen ruim kunnen plaats nemen. Het geheel wordt samengehouden door een vouwdakje. De rijstijl van deze dingen situeert zich ergens tussen moedig en ronduit gestoord, maar dat geldt voor al het verkeer in India. Her en der staan bordjes met drive left en please mind the lanes, maar die dienen eerder om het wegennet op te fleuren dan dat ernaar gekeken wordt. De chauffeur baant zich al toeterend een weg en wringt zich overal tussen, een drievaksbaan wordt al gauw zes tot zeven vakken kruisend door elkaar. Toeteren is hier een teken van pas op, ik ben hier, ik haal in, blijf recht rijden, he wat doe je nu?, … Wat ook in schril contrast staat tot de typisch Westerse machoman is het feit dat de Indische chauffeur niet bang is om de weg te vragen. Dit gaat van één tot zelfs tien keer op de weg naar Matheran. Wegverkopers, andere chauffeurs en hotelpersoneel vormen samen de gps van Mumbai. Erin rijden valt heel goed mee, temeer omdat de dakjes gemaakt op Indische mensen ons Westerlingen verhinderen om naar buiten te kunnen kijken. Ons zicht beperkt zich tot de onderkant van auto’s, bussen, voetgangers e.d. Het enigste nadeel is dat het bakje alle roet verzamelt van het ophopende verkeer en na tien minuten je begint te snappen waarom rochelen hier een nationale sport lijkt.

We merken ook dat aan stations sommige tuktuks niet gaan naar waar je wilt maar ze als minibusjes dienst doen om mensen per drie naar hun buurt te voeren als een soort shared vehicle. Het is dan aan ons om een beetje door te lopen en één aan te houden waarbij het vlaggetje boven de meter op “for hire” aangeeft. Dan is het nog niet zeker dat hij je wil vervoeren. Soms kennen ze de weg niet en wagen het er niet op, andere keren hebben ze gewoon geen zin vermoeden we. Soms zijn ze overmoedig zoals die ene die pal ons straat voorbij vloog, een ommetoer van 100 roepi’s deed en ons dan nog een tip van 50 roepi durfde te vragen. De rit kostte normaal 120 roepie. We hebben toen de wijk van de tuktukkers en hun familie gezien, koeien en geitenboerderijen en gezellige straatjes, dus dat viel gelukkig wel mee.

eerste indrukken van Indië

Met een vliegtuig vol mannelijke Indiërs, slechts een viertal vrouwen waaronder slechts een andere Westerse voelen we ons toch niet helemaal op ons gemak. Zeker met de recente commotie rond verkrachtingszaak. Als we zien dat op jet star, de primaire Indische luchtvaartmaatschappij, de mannen glazen vol alcohol krijgen, maakt onze rust er niet beter op. Waarom de lovely Qantas een partnerschap met deze heeft aangegaan blijft voor ons een raadsel. Als Mario zijn dekentje opent stinkt het naar ongewassen lijven en zweetvoeten. Gelukkig kan hij het wisselen voor een beter ruikend exemplaar, maar we stellen ons wel vragen bij de algemene hygiëne. De bakjes eten komen met een zilverpapiertje errond en de chapati werd ook in zo’n stukje gedraaid. Het bezorgt ons niet de rust die onze tedere Europese maagjes zoeken. De rijst met dhal en bloemkool is geen culinair hoogstandje en we durven maar de helft opeten. Het water is gefilterd wat betekent dat dit volgens de buitenlandse zaken ook niet veilig blijkt. gelukkig kunnen we Belgische blikjes schweppes krijgen. Na de immigratie halen we nog geld af en zoeken onze chauffeur op, die gaat daarna doodleuk een taxi bestellen, een raar gezicht maar ik ben blij dat iemand van het hotel ons hierin begeleidt.

Da bagage wordt niet in de koffer gelegd maar op de rails op de wagen zonder touw of rekker, maar aangezien ze hier zo rustig rijden kan dat geen probleem zijn. De taxi toetert zich om 12 uur ‘s nachts tussen 100’en anderen een weg langs grote banen en kleine dorpjes met metalen huisjes en barakken. Overal lopen of staan mensen, tussen de auto’s, rokend langs de weg, voor huisjes en winkeltjes. Na een half uur stopt de wagen aan ons hotel voor de nacht aan de achterkant van de luchthaven. De prepaid taxi probeert ons bij het afzetten nog om zijn fare vragen, jaja zo argeloos zijn we niet maar ik geef hem wel een tip van 100 roepie, de 1,45 euro blijkt later hopeloos te veel te zijn, zeker als je weet dat Indiërs niet tippen en dat de rit 200 roepies koste.

De luxekamer bezorgt ons rillingen, zijn het de spinnewebben in de badkamer, de mierenkolonie in de schuif van de kast, het laken met verouderde bloedvlekken of de onbekende insecten die over muren en vloer kruipen rond het toilet. Feit is dat de bus insectensprai uit Australië hier goed van pas komt. We spuiten ze half leeg over bed en vloer, spuiten extra deet tegen de muggen en er zit al een muggenstick in het stopcontact. We proberen te slapen met het licht aan, maar na een uur wordt ik echt wel mottig wakker, gans de nacht op de pot dus. There we have indianbelly, maar niet van het eten maar van de overdosis chemicaliën die we rond gespoten hebben, als ik wat verse lucht binnenlaat begint het beter te gaan, maar de nachtrust voor mij en hubby is wel om zeep. We staan veel te vroeg op en gaan op zoek naar een ATM omdat de hill station waar we straks naartoe gaan er geen heeft en we iets te weinig hebben afgehaald, het bedrag liep in de tienduizenden roepies maar dat blijkt nauwelijks genoeg om het hotel mee te betalen.

Het echte Indie in de buitenwijken wacht ons. Onder een grijzig mistige smog kruipen de eerste zonnestralen langs de ontwakende winkeltjes. In het kleinste hoekje zit wel iemand iets te verkopen, meisjes lopen in schooluniform langs de straten of worden vervoerd in de gemotoriseerde riksia’s met taximeter. Voetpaden, muren en gebouwen lijken in de drukkere straten verborgen te zijn onder een laag grijze stof. Er zijn mooie dingen, maar het lijkt de bevolking aan trots te ontbreken om die te onderhouden in de oorspronkelijke staat. Overal liggen hopen steen en bouwafval, vuil valt mee omdat er telkens mensen zijn die er alles uit scharrelen om verder te verpatsen. Maar de hopen steen en het onkruid dat overal welig tiert staat in schril contrast tot de groene en prachtig onderhouden wegbermen en parken van Maleisië en Singapore.

Ondertussen proberen we aan twee automaten geld af te halen, maar na het bedrag en pincode te klikken vallen de machines telkens terug op hun beginscherm. Paniek begint ons te bekruipen dat onze rekeningen gedibiteerd worden zonder dat wij geld ontvangen. Onverrichtter zake keren we terug naar het hotel waar de via het internet gereserveerde auto met chauffeur ons straks weg zal brengen. We vragen even later aan hem om aan Westerse ATM’s te stoppen, en na nog een vijftal keer Indische ATM’s geprobeerd te hebben zonder succes komen we eindelijk aan een chartered one die wel werkt. Er zitten soms limieten op het af te halen bedrag, misschien was het dat wat niet ging. De 100 euro was boven de limiet. We zullen later bij internet connectie hopelijk meer weten.

Na een uur door Mumbai en de buitenwijken gereden te hebben, waar de meest chique gebouwen tussen vervallener staan en er vaak voor een riem van sloppenwijken tussen loopt, komen we eindelijk in minder bevolkte gebieden waar een kleine weg ons stijl naar boven voert. Aan het begin van Matheran worden we afgezet om in het autovrije park de rest te voet af te leggen. Veel porters, meestal oude besjes, bieden ons hun diensten herhaaldelijk en langdurig aan, deze zware bagage kunnen we echter niet aan die mensjes overlaten, ook de paardjes verdienen dit niet en de met mankracht voortgeduwde wagentjes lijken ons ook niet je dat. We doen het dus zelf, zo ver kan het niet zijn. zo’n uur later, rood van het stof en bezweet in alle mogelijke hoeken komen we eindelijk aan bij Lord’s Central, een afgesloten koloniale nederzetting die als toeristische ruimte wordt uitgebaat. Vanuit onze kamer kijken we  uit op het zwembad en de majusteuze bergen erachter. De verkeersvrije straten zorgen voor een ongekende rust in Indie. We kunnen nog net mee-eten van het lekkere buffet, de potjes worden regelmatig bijgevuld met vers klaargemaakte rijst, bonen, chappati’s en curries. We gaan op zoek in de vele winkeltjes langs de baan naar drinkbaar water. Het beste wat we kunnen vinden is drinkwater die UV behandeld is, geen bron of mineraalwater dus. Gelukkig worden we er niet ziek van. Voor de rest van de middag vegeteren we in de kamer. Rond 16 uur bestellen we thee op de kamer en nu is het wachten tot 20 uur voor het avondeten.

Bombay a.k.a. Mumbai

Na lekker relaxen in het bergdorp Matheran zijn we terug in Mumbai, hoog tijd om es wat aan cultuur te doen! We rijden weer drie uur van Matheran naar Bombay om uiteindelijk in ons hotel aan te komen. Een -naar onze normen extreem duur hotel maar het is er dan ook aan te zien, twee badkamers, drie slaapkamers, een keuken en een living met een eettafel voor zes personen, en drie T.V.’s. Eerst gaan shoppen bij de lokalen alwaar we lekker  worden opgelicht (blijkbaar een nationale sport om toeristen zo snel mogelijk van hun geld te scheiden)  maar we laten er ons humeur niet door vergallen, allemaal deel van het spel en daarbij, het gaat om enkele honderden roepies, enkele euros dus.

India

We zijn aan het laatste stuk van onze reis begonnen, India. Voorlopig valt het zeer goed mee, we zitten in een bergdorp, Matheran, omringd door majestueuze bergen. Het krioelt hier van de apen die zo driest zijn dat ze de beschuiten van de ontbijttafel stelen. En natuurlijk veel koeien, honden en paarden, de ene al iets beter verzorgd dan de anderen. Gaia zou hier in India haar handen vol hebben …
Ons koloniale hotel is all incluis, ontbijtthee (7h30 – 8h30), ontbijt (8h30 – 9h30), lunch (13h – 15h), namiddagthee (16h – 17h30) en diner (20h – 22h), er is bijna geen tijd meer over om van het landschap te genieten :-)

eten in Maleisië en Singapore

Iedereen eet hier gans de dag door, overal vind je wel foodcourts of een veelheid aan restaurantjes waar je voor ongeveer 2€ in M en 3€ in S kan eten. In het begin probeerden we op veilig te spelen door in de shopping malls te eten, maar daar zijn we altijd in het beste geval een beetje mottig van en in het slechtste geval een nacht op de pot. Meestal baten een stel jongeren de zaak uit en die zijn op zoek naar snelle rijkdom en nemen het niet zo nauw met de hygiëne in de zaak en met de versheid van de producten. De door ons gegeerde steamboat bestaat ook in keten vorm als de Seoul Garden, maar daar wordt een klein kommetje soep verwarmd op een elektrisch vuur en komt nooit echt tot kookpunt, de bakplaat er rond vormt samen met de vloer een plakkerig geheel. Het aanbod van groenten en vis is niet zo uitgebreid en bestaat uit veel gemarineerde waren van eenzelfde soort vlees of vis. Wanneer het klaar gemaakt werd heb je er het raden naar. Je betaalt in deze zaken ook dubbel zoveel als in de traditionele foodcourts langs de baan. Na een drietal dagen hebben we de stap gewaagd naar waar de lokalen en niet de jeugd eten en ons wachtte een ware openbaring in soepen, tofu, fishballs, rijst, alle soorten noedels en pasta’s en dit zelf op smaak te brengen met sojasaus, chilisaus en andere vreemde  vloeistoffen in ongelabelde flesjes. We zoeken wel altijd zaken uit waar het eten niet klaar ligt achter vuile venstertjes, maar waar de eigenaars zelf je noedels nog eens nakoken of wokken wanneer je bestelt. Zalig, van kruidige laksa’s tot neutrale Chinese bruine en zwarte soepjes, flied rice en noedels met gefrituurde tofu in alle mogelijke vormen: hard, semi, zacht als pudding en gestretcht tot bladen. De meeste Aziatische zaken zijn hier echt wel proper en dit in grote tegenstelling tot de meeste in de Belgische grootsteden. Geen één supermarkt die zo ruikt als de Chinese op de hoek van Chinatown in Brussel. Waar zowel de chiqueste hotels als de meeste eetgelegenheden echter geen heil in zien is het schoonmaken van de ramen. Het Hatten hotel in melakka waar we als koningskinderen ontvangen werden en waar je jezelf in muren en vloeren kon spiegelen, worden gesierd met de meest vuile ruiten in de riante kamers. Gelukkig worden lakens, handdoeken en de rest wel altijd proper geleverd.

De laatste etappe

Om onze reis af te sluiten, plakken we er nog een lange week indië aan. We zitten nu in de luchthaven te wachten op ons vliegtuig en, deo volente, rond 22h (indische tijd) zouden we moeten landen in Mombay. Hopelijk staat onze taxi ons op te wachten en hopelijk is onze hotelkamer een meevaller. Allemaal zeer spannend …